|
donderdag, 18 december 2008 12:11 |
|
Kwalitatief goede verlichting zonder al te veel kosten kwijt te zijn. Het is een dilemma waar vele sportverenigingen mee te maken hebben. Immers, aan de ene kant moet er voldoende verlichting zijn om de sport goed te kunnen beoefenen, terwijl aan de andere kant het elektriciteitverbruik van de verlichting binnen de perken moet blijven.
Zowel binnensporten (altijd) als buitensporten ('s avonds) hebben met verlichting te maken. Echter, de benodigde en toegestane hoeveelheid verlichting voor binnen en buiten kan verschillen. Bovendien worden de eisen ten aanzien van verlichting bepaald door het type sport en het niveau waarop de sport wordt beoefend.
De Nederlands-Europese norm voor sportverlichting, de NEN-EN 12193, stelt daarom voor elk type sport verschillende eisen voor drie verschillende niveaus van beoefening: - Klasse 1, topcompetitie (internationale en nationale wedstrijden in accommodaties voor veel toeschouwers met grote kijkafstanden)
- Klasse 2, regionale of lokale clubcompetitie (gemiddeld niveau van competitie waarbij nauwelijks toeschouwers aanwezig zijn)
- Klasse 3, lokale of kleine clubcompetitie (laag niveau competitie waarbij nauwelijks toeschouwers aanwezig zijn)
Energie besparende verlichting
Om zo min mogelijk kosten en electriciteit kwijt te zijn aan verlichting hebben diverse instanties energiezuinige verlichtingssystemen ontwikkeld. Zo zijn er systemen voorzien van voorschakelapparatuur, waarmee een energiereductie van gemiddeld 20% behaald kan worden. Ook bestaan er zogeheten optische verlichtingssystemen, waaroor het licht alleen op plaatsen komt waar het ook daadwerkelijk nodig is, zodat er geen hinderlijk en kostbaar strooilicht in de omgeving verdwijnt.
De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) geeft aanbevelingsbrochures uit, waarin per tak van sport de normen voor de sportverlichting worden weergegeven. |